De rit door de woestijn
Helaas, aan alle leuke dingen komt een eind, zo ook aan Vegas. Het was heerlijk, na al dat hiken even lekker in het zwembad, s’avonds lekker eten in één van de geweldige restaurants. We zouden eigenlijk verder gaan naar Palm Springs, maar de temperatuur zou daar stijgen naar tegen de 50 graden. Dat is echt te heet voor ons Veldhovenaren. We rijden nu ineens door naar San Diego, dat wordt een lange maar mooie rit. Na ongeveer 80 kilometer verlaten we de highway, om die in de volgende 500 kilomoter vervolgens niet meer terug te zien. Dit is wat ik zo mooi vind aan de US. Lange wegen waar je om het uur een auto tegenkomt. Geweldige vergezichten af en toe een luchtspiegeling, dan weer een dirt road waar alleen de brievenbussen bewijs zijn dat er hier toch mensen wonen. Langs de weg de spoorlijn met treinen van meer dan één kilometer lang. Twee locomotieven die duwen en één die trekt. De thermometer in de auto loopt naar 50 graden. Dan is daar Roys, midden in de woestijn. Binnen stap je 50 jaar terug in de tijd. Er werken 3 zonderlinge figuren. De prater, de zwijger en de doener. De prater, een wat dikke amerikaan tegen de 60, heet ons welkom, en legt uit dat ze al 15 jaar bezig zijn met restaureren. Hij houdt zichzelf voor de gek. Ze houden al 15 jaar het verval tegen hier midden in de woestijn. De zwijger is een indiaan die tankt, als er een automobilist zo gek is om hier te tanken. Het is hier bijna 2 keer zo duur. De doener heeft een smoelezig doekje en poetst de bar. Er zijn alleen maar vlekken. We bestellen 4 ijskoude blikjes. 4 dollar zegt de prater. Ik vraag hem of dat wel klopt, ja hoor zegt hij blikjes zijn hier al jaren een dollar. Dan komt er een oude hippie binnen. Met zijn rauwe stem zegt hij, one root beer please. Hij baalt als hij hoort dat de volgende zending root beer pas eind september wordt geleverd. Wij rijden weer door, de schitterende hitte in.
[AFG_gallery id=’11’]